Kinkhoest

Ziektebeeld

Het eerste stadium van kinkhoest (één á twee weken na besmetting met de bacterie) is herkenbaar aan een lichte hoest en verkoudheid met soms lichte koorts gedurende één tot twee weken. Niemand kan dan denken aan de kinkhoest, tenzij je weet dat het kind in contact geweest is met een kind dat later bleek de ziekte te hebben.

 

In het tweede stadium treden de typische hoestaanvallen op, allereerst voornamelijk 's nachts, later ook overdag. De aanval bestaat uit een aantal krampachtige, stotende uitademingen, gevolgd door een lange gierende inademing. Na enkele van deze buien geeft het kind taai glazig slijm op en soms maaginhoud. Tussen de aanvallen is het kind meestal gewoon fit. (Hoge koorts wijst vaak op een complicatie.) Deze periode van aanvallen duurt meestal twee tot drie weken, soms zes weken. Allerlei uitwendige prikkels zoals: inspanning, opwinding, onrust, eten, drinken en een bedompte atmosfeer kunnen een aanval uitlokken. Bij baby's bestaat gevaar voor zuurstoftekort in de hersenen en longproblemen. Vanaf zes maanden kunnen baby’s al beter ophoesten.

 

Vaak maken kinderen kinkhoest in een milde vorm door. Dit geldt voor zowel gevaccineerden als ongevaccineerden. De diagnose wordt vaak niet gesteld. Een kinkhoestachtig beeld kan ook veroorzaakt worden door sommige virussen.

 

Bloedonderzoek in de derde tot zesde ziekteweek of sputumkweek in het begin kan de diagnose meestal bevestigen. Een recent ontwikkelde DNA test van keelslijm geeft in enkele dagen uitslag.

 

Besmetting

Via uitgehoeste speekseldruppeltjes, waarin zich de bacterie bevindt, wordt de ziekte overgebracht. Vanaf de beginsymptomen tot vier weken daarna is de ziekte besmettelijk. Baby’s krijgen van de moeder geen beschermende antistoffen mee, ook niet via de borstvoeding. Houdt als voorzorg alle hoestende kinderen en volwassenen op ruime afstand van een baby, d.w.z. verder dan drie meter. Zeker gedurende de eerste zes maanden. Ook gevaccineerde kinderen kunnen kinkhoest hebben en zij, bij wie de inenting uitgewerkt is.

 

Bij baby’s, die wel ingeënt worden is pas na de derde prik voldoende immuniteit opgebouwd, dus ook bij hen de voorzorg toepassen. De ziekte doormaken geeft levenslange immuniteit. Echter zes tot twaalf jaar na vaccinatie bestaat er géén bescherming meer. Vroeger kregen kinderen van twee tot tien jaar de ziekte, nu meer baby’s en volwassenen. (In Zweden was dit ook twee tot tien jaar, in de periode dat daar geen kinkhoestvaccinatie werd gegeven. )

 

Behandeling

Bij sterke verdenking thuishouden, uitzieken en besmetting van anderen voorkomen. Informeer de crèche of school, ook al bij verdenking, zodat jonge moeders hun baby’s kunnen beschermen. Laat jouw hoestende kind nooit boven een wieg of wagen hangen. Pas als de typische hoestbuien optreden krijg je zekerheid. In zijn uitgesproken vorm kan het een uitputtende ziekte zijn voor het kind en ook voor de ouders. Bij ongecompliceerd verloop is het kind “beter” geworden ( niet weer de ”oude”). Dit uit zich vaak in een betere gezondheid, b.v. minder eczeem, astma, bronchitis. Vaak krijgen kinderen een betere eetlust. Dit ‘betere–in-hun-vel-zitten’ wordt door ouders en leerkrachten opgemerkt.