Nieuws item

Maatregelen om polio te voorkomen.

In deel 1 gaven we al aan dat voorafgaande vaccinaties, pokken en DKT (difterie, kinkhoest, pokken) tot meer polio leidden. Het is logisch dat een vaccinatie een stressfaktor voor het afweersysteem betekent, zeker als het organisme ook al besmet is met het polio-virus. De algemene weerstand wordt zodanig verminderd dat het polio-virus de kans krijgt zich in het zenuwstelsel te verspreiden, waardoor verlammingsverschijnselen gaan optreden.In een artikel in de International Vaccination Newsletter (1) worden voor deze stelling nog meer onderzoeken genoemd.

Maatregelen om polio te voorkomen.

 

1. Vaccinaties en andere injecties als oorzaak van polio.

In deel 1 gaven we al aan dat voorafgaande vaccinaties, pokken en DKT (difterie, kinkhoest, pokken) tot meer polio leidden. Het is logisch dat een vaccinatie een stressfaktor voor het afweersysteem betekent, zeker als het organisme ook al besmet is met het polio-virus. De algemene weerstand wordt zodanig verminderd dat het polio-virus de kans krijgt zich in het zenuwstelsel te verspreiden, waardoor verlammingsverschijnselen gaan optreden.In een artikel in de International Vaccination Newsletter (1) worden voor deze stelling nog meer onderzoeken genoemd.

Opvallend was echter ook dat de verlammingen meestal begonnen in het lichaamsdeel waar ingeënt was. Die samenhang ging zelfs verder dan alleen de vaccinaties. Het gold ook voor elke injectie met andere geneesmiddelen. Dus ook na een injectie met b.v. antibiotica in de linker arm, raakte dat lichaamsdeel verlamd. Conclusie: geen injecties van welke soort dan ook tijdens een polio-epidemie.(14)

 

2. Amandeloperaties en polio

Men ontdekte ook dat het risico op polio-verlammingen groter was na amandel-operaties, en dat na blindedarm-operaties de buikspieren verlamd

raakten (1). Kennelijk kunnen dus operatie-trauma's het virus de gelegenheid geven zich verder te verspreiden. Het verband blijft zelfs even sterk als de amandelen al jaren eerder verwijderd zijn. Conclusie: geen operaties, indien mogelijk, als er polio heerst. Het nut van amandeloperaties is twijfelachtig, het uitstellen ervan zal zelden een probleem zijn. Onder operaties vallen alle bloedige ingrepen, ook het trekken van tanden. In het algemeen geldt dat alle factoren die het afweersysteem sterk belasten beter vermeden kunnen worden.

 

3. Voeding, het belang van een constante bloedsuikerspiegel, het vermijden van suiker.

Dr.B.Sandler, een Amerikaanse arts en onderzoeker op het gebied van polio, toont in zijn boek 'Diet prevents polio' (Goede voeding beschermt tegen polio) (2), aan dat handhaving van een constante bloedspiegel, het polio-virus verhindert zich te verspreiden in het lichaam. Het handhaven van een constant niveau is een kwestie van de juiste voeding. Sandler ontdekte dat het gebruik van een onvolwaardige voeding met name suiker en witmeelprodukten tot snelle stijging van het bloedsuikergehalte leidt, waarna als reactie de bloedsuiker weer sterk onder de normaalwaarde daalt, dit noemen we hypoglycaemie .

Heeft U zich ooit afgevraagd waarom juist apen het slachtoffer zijn van experimenten met polio, en de productie van het poliovaccin ? Apen bleken de enige dieren die makkelijk met polio te besmetten waren. Bij apen dalen de bloedsuikerwaarden veel verder dan bij bv. konijnen. Die waren alleen met polio te besmetten door hun bloedsuiker kunstmatig te verlagen. De schijnbare paradox is dus: hoe meer snel afbreekbare suikers iemand consumeert, hoe meer te lage bloedsuikerwaarden hij zal hebben. Sandler kwam dus tot een eenvoudig advies om polio te voorkomen: het gebruik van suiker en suikerhoudende voedingsmiddelen en witmeelprodukten sterk

beperken.

 

Bedenk dat veel producten tegenwoordig verborgen suiker bevatten, lees de verpakkingen maar eens. Welke suiker wordt bedoeld? Alle snel opneembare suiker: witte suiker, rietsuiker, glucose, dextrose. Fructose (vruchtensuiker, die echter uit maiszetmeel industrieel wordt bereid) leidt iets minder snel tot bloedsuikerverstoringen, maar is net als de andere snelle suikers een mineralenrover. Let op: in heel veel producten zit dextrose of glucose verwerkt, i.p.v. de duurdere witte kristalsuiker (sacharose).

 

Zijn er alternatieven ? Een matig gebruik van de volgende zoetstoffen: biologische 'graanstropen': gerstmout, maismout, rijstmout en tarwemoutstroop. Vruchtendiksappen, d.w.z. die uit 100% ingedikt vruchtensap bestaan. Verder esdoornsiroop (Ahorn), biologische bietsuikerstroop, appel/perenstroop en honing. Al deze producten geven minder sterke bloedsuikerschommelingen mits ze matig gebruikt worden. Ze worden zowel apart als verwerkt in koekjes en snoep te koop. Is de smaak van een ervan te uitgesproken, gebruik dan een mengsel om te zoeten.

 

Het meest volwaardige zoetmiddel is eigenlijk Amasake. Het bestaat voor 100% uit gefermenteerde rijst . Chemische zoetmiddelen die steeds meer ingang vinden zijn om andere redenen af te raden.

Sandler heeft zijn dieetvoorschriften ook kunnen toepassen in de praktijk, en wel tijdens een polio-epidemie in de zomer van 1948 in de stad Asheville

in de USA In zijn boek toont hij aan dat na invoering van zijn voedingsadviezen het aantal poliogevallen verminderde.

 

4. Lichamelijke overinspanning

Overmatige inspanning met erna snelle afkoeling kan uiteraard ook leiden tot te lage bloedsuikers. Volgens Sandler is het echter de combinatie met de

grote hoeveelheden zoet die na dergelijke inspanningen worden gebruikt. Denk ook aan ijs (30% suiker), alle frisdranken (vaak ook 30% suiker), en z.g.sportdranken (nog meer suiker). Hij verklaart hiermee ook waarom polio-epidemieën in de jaren 40 en 50 meestal zomers begonnen, rennen, zwemmen, zweten, moe, dat geeft een verlangen naar grote hoeveelheden koude dranken, ijs. Dit brengt weer te lage bloedsuikers teweeg.

 

5. Homeopathische 'profylaxe'

Dit betekent het vooraf preventief innemen van bepaalde homeopathische middelen, waardoor het organisme minder vatbaar wordt voor de complicaties van polio. Dat kan dus gebruikt worden tijdens een epidemie als extra bescherming. Het enige grootschalige onderzoek over de preventieve werking van homeopathische middelen is dat van Castro en Nogueira (3). Zij toonden aan dat tijdens een epidemie van hersenvliesontsteking het geven van de homeopathische verdunning van de ziekteverwekker (de meningokok in dit geval) aan 18.000 kinderen, een duidelijk preventief effect had, d.w.z. minder gevallen van zieken dan de groep die geen homeopathisch profylaxe had gekregen.

Wat polio betreft beschikken we over een aantal ervaringen die wijzen op het preventieve effect van bepaalde middelen, met name van Lathyrus sativa, een plant die lijkt op onze doperwt maar bij gebruik als voedsel op den duur verlammingsverschijnselen geeft, die lijken op polio. De homeopaten die hun ervaringen met Lathyrus hebben weergegeven zijn: Dr. Dorothy Shephard beschrijft dat tijdens polio epidemieën Lathyrus effectief was om polio te voorkomen bij honderden gevallen . (4)

H.W. Eisfelder (5) rapporteert zijn ervaringen met het preventieve gebruik van Lathyrus bij 50.000 kinderen gedurende de polio-epidemieën van de 50-ger jaren in Amerika. Slechts 1 kind ontwikkelde polio, echter zonderverlammingen. De homeopathische arts Dr.A. Voegeli beschrijft een profylactische behandeling tegen polio met Lathyrus 30, 200, en de polionosode (de homeopathische verdunning van het polio-virus). (6).

Dr. W.K. Bond beschrijft 5 gevallen van beginnende paralytische polio die allen genazen met Lathyrus M en bevestigt de preventieve werking bij honderden gezinnen tijdens een ernstige epidemie. (8)

Grimmer (7) schrijft: een van de meest constant aangewezen preventieve middelen voor polio is Lathyrus. In de praktijk is het bijna 100% effectief gebleken, bij vele duizenden gevallen die waren bloot gesteld aan poliobesmetting.

Vanzelfsprekend is Lathyrus niet het enige middel dat bij polio preventief gebruikt zou kunnen worden.Door verschillende auteurs (7) worden nog een aantal andere hom. middelen genoemd: Belladonna, Gelsemium, Physostigma, Cocculus, Curare, Carbolicum Acidum en Plumbum.

Een aantal vragen rond de homeopathische profylaxe zijn nog niet beantwoord. De belangrijkste is uiteraard hoe lang de preventieve werking aanhoudt. Verschillende auteurs geven verschillende termijnen aan. Elk mens is uiteraard verschillend en kan ook in dit beschermingstermijn opzicht verschillen. Om die reden en omdat toediening van welk homeopathisch middel dan ook, altijd reacties kan geven die moeilijk te interpreteren zijn voor een leek, is toepassing van bovengenoemde homeopathische profylaxe uitsluitend verantwoord onder begeleiding van een ter zake kundig klassiek homeopaat, homeopathisch arts of natuurgeneeskundig therapeut. Stuur een emailbericht naar therapeutenlijst net uw naam en adres. U krijgt dan een bericht terug met een overzichtje van bekwame therapeuten/artsen bi j u in de omgeving

De methode lijkt in ieder geval zinvol toe te passen tijdens een epidemie. Anders wordt het als we het ook gaan gebruiken voor bescherming op langere termijn, d.w.z. jaren zoals Voegeli dit voorstelt.(6) Wijzelf zien het toedienen van Lathyrus en de polio-nosode in zo'n geval meer als een test op de gevoeligheid voor dergelijke ziektes. Reacties op deze middelen geven aan dat de zwakte ofwel hersteld wordt, ofwel, dat er andere middelen nodig zijn. We bootsen op die manier een beetje de situatie van vroeger na toen bijna iedereen wel eens met polio in aanraking kwam. Er zijn ook homeopaten die niets van een dergelijke specifieke profylaxe willen weten. Ze zien meer in een strikt individuele weerstandsversterkende konstitutiebehandeling. Het is echter zeer de vraag of daardoor altijd tijdig een eventuele gevoeligheid voor polio wordt opgelost.

 

6. Vitamines en mineralen.

Jungeblut, Klenner en Greer beschrijven goede resultaten bij het voorkomen

en behandelen van polio met hoge doses vitamine C .(15) Andere onderzoekers zoals Sabin (de latere ontwikkelaar van het orale polio-vaccin) wisten geen duidelijke resultaten te boeken met deze vitamine. Volgens Klenner omdat hij te lage doseringen gebruikten. Klenner gebruikte zelfs 4,5-17,5 gr. vitamine C elke 2-4 uur bij het behandelen van polio. De teleurstelling van Sabin had tot gevolg dat hij zich op de ontwikkeling van een vaccin stortte.

 

Er zullen uiteraard nog andere vitamines en mineralen zijn die een rol kunne

n spelen bij het voorkomen van polio. Vaak wordt zink genoemd als zeer essentieel bij het functioneren van het afweersysteem. De moderne welvaartsvoeding is arm aan zink. Zink is betrokken bij het handhaven van een constante bloedsuikerspiegel, waarvan we hierboven hebben gezien hoe belangrijk die is, bij het voorkomen van polio. In Nederland heeft Johan Sprietsma 3 boeken en talloze uitvoerig gedocumenteerde artikelen over de

betekenis van zink geschreven.

 

In de homeopathie staat zink ook bekend als een belangrijk middel bij aandoeningen van het zenuwstelsel, dus ook bij polio. De homeopathisch arts A.Voegeli heeft het gebruik van Magnesiumzouten genoemd ter voorkoming van polio. Dit gebruik is bekend in Frankrijk. Over nadere details wat betreft dosering en welke zouten, beschikken wij nog niet.

 

7. Planten

Er zijn veel planten bekend met een sterke anti-virale werking. Aangetoonde

effectiviteit tegen het polio-virus hebben wij kunnen vinden bij de zuid-Amerikaanse plant Pau d'arco. (9) Ongetwijfeld zullen er nog meer planten moeten zijn die een dergelijk vermogen hebben, misschien zelfs onze gewone vlierbessen. Wetenschappelijk onderzoek heeft in ieder geval aangetoond dat het zeer effectief is tegenhet griepvirus. Het is een kwestie van geld om onderzoek op dit terrein te doen. Door de massale toepassing van het polio-vaccin is dergelijk onderzoek commercieel niet aantrekkelijk.

 

8. Welvaartsvoeding en onderdrukkende therapieën.

Door een voeding die door de moderne landbouwmethoden arm is aan mineralen, vooral aan sporen-elementen (zeer kleine hoeveelheden mineralen die echter wel essentieel zijn) en door de raffinage nog verder verarmd is, wordt de gezondheid van de darm ook slechter, met als gevolg een verkeerde darmflora, parasieten en uiteindelijk een verzwakking van het afweersysteem in de darmen. Terwijl juist daar het polio virus verhinderd moet worden verder in het organisme door te dringen.

Daarom is behalve een suikerarme ook een volwaardige biologische voeding

belangrijk. Bij koortsende ziektes moet men geen koortsverlagende middelen gebruiken, vooral niet als er sprake is van hoofd en rugpijn. Door koortsverlagers te geven onderdrukt men ook het afweersysteem. Na het verdwijnen van de koorts moet men de zieke nog 2-3 dagen (bed)rust geven. (10,11)

 

9. Psychische, emotionele factoren. Overbelasting van het zenuwstelsel enangst.

Ook bij acute infectieziektes spelen deze factoren uiteraard een rol, want waarom wordt het ene kind in het zelfde gezin wel ziek en het andere niet? Het probleem is dat dergelijke factoren moeilijker te onderzoeken zijn als een virus. Vanuit de antroposofische geneeskunde wordt er gewezen op de overmaat aan prikkels op het zenuwstelsel in onze welvaartsmaatschappij. Bedoeld wordt de nadruk op intellectuele prestaties, informatieovervloed, T.V., computers e.d. Dit zou een verzwakking van het zenuwstelsel geven. (10,11) Verschillende auteurs wijzen erop dat polio sterk verbonden is met angst. Dat is ook direct te zien door de reacties die loskomen als er ergens polio wordt gemeld, terwijl er veel andere ziektes zijn die veel meer slachtoffers eisen, waarvoor een dergelijke angst niet bestaat . Het is het gevoel van een machteloos staan tegenover de ziekte, verlamd van angst zijn, dat door de media nog eens versterkt wordt. Uit bovenstaande artikel moge duidelijk zijn dat een dergelijk gevoel niet terecht is, er zijn wel degelijk mogelijkheden om iets te doen om te voorkomen dat polio grote schade aanricht zonder gevaccineerd te zijn.

 

Literatuurverwijzingen

1. The International Vaccination Newsletter, Genk, maart 1997

2. Dr. B.Sandler: Diet prevents polio, The Lee Foundation, Milwaukee,

U.S.A.Ook in het Duits vertaald , Vollwerternèhrung schftzt vor Kinderlèhmung und andere Viruserkrankungen, EMU-verlag, 1986

3. Castro en Nogueira: Use of the nosode meningococcinum as a preventive against meningitis.Journal of American Institute of Homeopathy vol. 68, no. 4, december 1975.

4. Dorothy Shephard: "Homeopathy in Epidemic diseases". Health Science Press.

5. H.W. Eisfelder. Oral Immunisation of Anterior Polyomyelitis, a final report; Journal of the American Institute of Homeopathy, 1961; 54: 166-167.

6. Dr. A. Voegeli: De homeopathische behandeling van kinderziektes, uitg.Elmar.

7. Geciteerd in Dr. P. Sankaran, Profylacties in Homeopathy; The Hom. Medical Publishers, Bombay 1972.

8. Dr. Mathur: Principles of Prescribing.

9. Nieuwsbrief 28, dec. 1989.

StichtingVoorlichtingNatuugeneeswijzen, Amsterdam, met

literatuurverwijzingen.

10. Dr. Wilhelm zu Linden: Geburt und KIndheit. 1974, UitgeverijVilttorio-Klostermann.

11. Dr. Husemann en dr. Wolff: Das Bild des Menschen als Grundlage der Heilkunst. Verlag: Freies Geistesleben.

12. KRO-programma Ambulance. 22 Februari 1997.

13. P.M. Oostvogel: Virologie en pathogenese van polio. Infectieziekten Bulletin 1995, nr. 2.

14. L.I. Hertzberger: Klinische differentiaaldiagnose van polio, Id13.

15. G. Dettman, I.Dettman, A. Kalokerinos: Vitamine C, Nature's Miraculous Healing Missile', Publ.: Frederick Todd, Melbourne, Australia, 1993.

16. Universal Childhood Immunization, Issues - Ethics and

Alternatives.Prepared by Raymond Obomsawin, Audit and Evaluation Division.Canadian Intl. Dev. Agency. May 1992.