Vaccinatieangst

Vaccinatieangst

Het Pokkenbriefje 1949

Zeventig jaar geleden werd mijn zusje ingeënt tegen de pokken. Als bewijs dat ze was ingeënt kreeg ze een pokkenbriefje. Op internet circuleren talloze voorbeelden van dit pokkenbriefje. MODEL no. 2 b Artikel 3 en 9 Inentingswet 1939. Daarop staat; Ondergetekende, geneeskundige, te die of die plaats verklaart op die of die datum, dat hij of zij is ingeënt en naar heden bleek met goed gevolg. Dat was bij haar niet zo. Ik zoek naar eenzelfde pokkenbriefje zoals ik die in mijn bezit heb. MODEL No. 4 (Art. 4, 2 e lid, der Inentingswet 1939). Ik kan mijn pokkenbriefje niet vinden. Wellicht ook logisch. Mijn pokkenbriefje verwijst onder bedekte termen naar een vreselijk drama uit 1947 “Inhoudende de reden waarom inenting bij mij wordt achterwege gelaten” . Mijn zusje kreeg na de pokkenvaccinatie verschijnselen van de ziekte zelf, de pokken, met ernstige complicaties. De huisarts was zeer beslist in zijn conclusie. Er was geen sprake van een of andere besmetting van wie dan ook vlak voor de vaccinatie. Die vlieger ging niet op. Toen niet en nu ook niet. Bijna twee jaar later lag ik in de wieg. De huisarts zei, zo vertelde mijn moeder;  “Dit gevoelige kindje ent ik niet in.”  Waarop mijn vader een verklaring van hem indiende bij de burgemeester  waarom de pokken inenting bij mij werd achterwege gelaten. Zo ging dat vroeger.

De Mazelen- vaccinatie 1966

Het zoontje van mijn koormaatje, de helft van een twee-eiige tweeling kreeg  tweeënvijftig jaar geleden ongeveer met dertien maanden, anderhalve dag na de mazelen-vaccinatie, twee zware epileptische aanvallen. Hij verstijfde helemaal en had het schuim op zijn mondje staan. De huisarts gaf hem een injectie maar dat hielp niet. Met spoed werd hij naar het Wilhelmina Kinderziekenhuis in Utrecht gebracht, waar hij al bij de ingang van het WKZ door een crisisteam werd opgewacht. Na veertien dagen was zijn toestand gestabiliseerd en mocht hij naar huis met medicatie, pilletjes, tegen epileptische aanvallen. Tot in de pubertijd moest hij de medicatie bij zich dragen. Nooit nodig gehad. Het was slechts een eenmalig “incident”. Het andere tweelingbroertje vertoonde een lichte reactie op de mazelen-vaccinatie. Een beetje verkouden en hangerig. De huisarts heeft geen relatie gelegd tussen de epileptische aanvallen en de mazelen-vaccinatie. Daar was op dat moment gewoon geen tijd voor en de schrik te groot. Als de baby er maar door kwam.  

Een Tetanus- vaccinatie 2005

Een kennis rijdt mij naar de eerste hulp. Ik heb met een Stanleymes in mijn hand gesneden. Het moet gehecht worden. Net geen zenuw geraakt. Een verpleegkundige op de poli wil mij een tetanusvaccinatie geven. Ik weiger, durf het niet aan, krijg het pokkenbriefje op mijn netvlies. Ik heb nog geen afspraak met de dood. Met een besliste haal onderteken ik op eigen risico de weigerakte. Op de terugweg naar huis vertel ik de kennis terloops over de weigering van de tetanusvaccinatie. Oh, dankbaar toeval. Zijn vrouw heeft enige jaren daarvoor tetanus gekregen na een tetanusvaccinatie op de poli!  Ze is zo ziek geweest, heeft het “op het kantje af”  gered. Tetanus komt nog sporadisch voor lees ik op de site van het RIVM. Misschien is de tetanus van de vrouw van de vriend een van die sporadische gevallen? Ik was het in ieder geval niet.

De BMR- vaccinatie 2006

Mijn kinderen en kleinkinderen zijn vrijwel probleemloos gevaccineerd. Alhoewel een kleinkind op de leeftijd van vijftien maanden korte tijd na de BMR vaccinatie fikse oorontstekingen kreeg beiderzijds met hoge koorts en koortsstuipen. Dat was echt eng. In paniek naar de spoedeisende hulp gereden. Mogelijk een reactie op de BMR. Zeker weten doen wij dat niet, maar opmerkelijk is het wel. Het gaat gelukkig goed met mijn kleinkind. Ik lees dat er oorontstekingen als complicatie bij de mazelen optreden.

De Griepprik 2012

Een zus laat zich onder vrijwillige dwang inenten tegen de griep. Direct na de prik zwelt haar arm op als een olifantspoot. De huisarts, zichtbaar geschrokken, had zoiets nog nooit mee gemaakt. Mijn zus, dagen beroerd. Wat bleek? Een allergie voor kippenei! Kippenei, dat zat of zit nog in het griepvaccin. Dat is raar. Zij eet gewoon eieren. Nergens last van. Ik laat mij vertellen dat zij waarschijnlijk niet tegen het griepvirus kan dat op kippeneiwit is geënt. Zij reageert wel anafylactisch op wespensteken. Toen ze op enig moment de was van de lijn haalde werd ze in haar vinger geprikt en raakte in coma. Alles goed en wel nu. Maar na deze ervaringen wagen de huisarts en mijn zus zich niet meer aan een griepprik. Te riskant. Ieder jaar krijg ik een uitnodiging voor een griepprik. Ik wil niet en ik durf niet. Ik leg de huisarts uit waarom. In dezelfde naoorlogse spreekkamer van de huisartsenpraktijk van zeventig jaar geleden is het begrip verneveld.  

Tot slot

Er wordt sterk aangedrongen op vaccineren, maar gelet op de ervaringen, alleen al in kleine kring, ben ik beslist bang voor vaccinaties, hetzij voor het vaccin zelf, hetzij voor de toevoegingen in het vaccin. Ik laat mijn verhaal aan een oudere vriendin lezen. Goh zegt ze, “ons”  slager uit het dorp is vroeger overleden aan een pokkenprik! Hij kan het niet meer navertellen, maar ik wel. Dankzij een alerte en invoelende huisarts, die zei; “Dit gevoelige kindje ent ik niet in. “  Voorlopig dan. Op vijfjarige leeftijd kreeg ik voorzichtig mijn eerste vaccinatie. Dat was de R lees ik op mijn inentingskaart. Jaren later vertelde mijn moeder dat ik de Rodehond al lang voor de vaccinatie had gehad. Dus waarom die R? Ze trok met vragende ogen haar schouders op.

 

Naam en adres bij de redactie bekend.